Book Creator

Portfolio

by Írisz Rudolf

Cover

Loading...
Cursus Nederlands prosa
Loading...
Portfolio
Loading...
Írisz Rudolf / T6IYPE
19.05.2022
De Hollandsche Spectator 
De auteur bezoekt de Schouwburg in Amsterdam. Hij is al daar geweest, daarom beschrijft hij zijn observaties, mening en wat daar heeft veranderd. Een speel werd aangeslagen, dat een Nederduitsche toneelstuk is. Het trok veel mensen aan, het is lastig in de zaal plaats te vinden. De auteur observeert een verandering: de vijf vergulde kronen die vroeger in Schouwburg hingen, zijn verplaatst met twee kronen van glazen kralen. Als hij rondkeek, zag hij dat de mensen bezig zijn om plaats te krijgen. Het is typisch ook tijdens het speel. In de pauze riep een vrouw heen en weer riep, om bier te verkopen. De buurmannen zijn ook spraakzaam, ze vertellen en vragen veel. De toneelstuk was niet de moeite waard. De auteur denkt dat hij er al aardiger heeft gezien, de prestatie van de acteurs vond hij beter als het toneel. Bij het einde vlogen er voetzoekers in de zaal, die de auteur gevaarlijk dacht en hij vertrok zonder het einde te bekijken. Hij beklaagde zijn tijd hij zei dat hij konde liever vrienden bezoeken of een goede boek lezen. Hij had weinig genoegen in de Amsterdamsche Schouwburg.
https://dbnl.nl/tekst/effe001holl04_01/effe001holl04_01_0008.php
De geschiedenis van de roman Sara Burgerhart –Liefdesperikelen
De brieven van Hendrik Edeling en Jacob Brunier zijn scherf van elkaar te verschillen. Een hoofdzakelijk verschil is de ontvanger van de brieven. Hendrik Edeling heeft het aan zijn broer geschreven, terwijl de geadresseerde van Jacob Brunier Sara Burgerhalf zelf is.              Beide mannen zijn erg verliefd in Sara, dat schijnt uit deze citaten: Beide mannen zijn erg verliefd in Sara, dat schijnt uit deze citaten: “nu ben ik duizend mylen van de plaats daar ik zit; dan geen zes gragten van ons huis; nu vliegt my 't bloed in 't aangezigt, dan zie ik zo bleek als de muur. Wat kan dit alles zyn, zo ik niet dodelyk verlieft ben? Had ik maar eenigen grond tot hoop; maar neen, zo een Engel zal voor my niet zyn.” schrijf heer Edeling. “Ik bemin u! ik adoreer u! gy zyt nooit uit myne gedagten, en zo gy my niet te veel zult uitlachen, dan zal ik er byvoegen, dat ik nooit een eenig goudbeursje zal knopen, dan voor u, Chere ame de ma Vie!...Indien gy my de gelukkigste der mannen maakt, kunt gy verzekert zyn, van uw volstrekt vermogen over my; uw wil zal myn wet zyn: ik zal uwe wenschen voorkomen, en wy zullen, zo rasch wy getrouwt zyn, een Brabands reisje doen.” Schrijft heer Brunier. De ene is onzeker en denkt niet dat de vrouw hem zou kunnen kiezen, de andere is vol met zelfvetrouwen. Hendrik Edeling is romantisch en tegelejkertijd schijnt ook realistisch te zijn. Hij is niet door zijn liefde maar door zijn onzekerheid bestuurd. Jacob Brunier schrijft op een heel moedige, dromerige, eerlijke en romantische manier. Hij is niet bang voor een mogelijke weigering. 
https://www.dbnl.org/tekst/wolf016hist01_01/wolf016hist01_01_0031.php
https://www.dbnl.org/tekst/wolf016hist01_01/wolf016hist01_01_0050.php
F. Bordewijk: Bint
Leg het systeem van Bint uit. Wat is zijn visie over studenten en opvoeding? Wat moet een student doen en wat is de rol van een docent?
Bint: "Ik eis van ieder: tucht. Ik eis: een – stalen – tucht. Orde en tucht zijn belangrijk"
De doel van de opvoeding is, dat de kinderen strenge, beheerste volwassene worden. Leren, studeren is niet van belang.
Wat voor klassen zijn er in de school? Hoe worden ze getypeerd? Zijn de namen van de leerlingen voorbeelden van 'speaking names'? En die van Bint?
De namen zijn bijvoorbeeld: Whimpysinger – De Moraatz – Neutebeum – Nittikson –Surdie Finnis – Te Wigchel – Kiekertak – Taas Daamde, Peert – Punselie – Bolmikolke – Klotterbooke – Schattenkeinder

Klassen: "De grauwe was goedaardig, arbeidzaam, kleurloos, slecht. Ze wilde zo graag mee. In de bruine had hij plezier. Er waren daar twee bruine jongens die hij vroeger had gezien. Er lag een waas van bruin. Er was doodstille aandacht. Vijftig ogen weken niet van zijn mond, hij sprak zijn woord tegen klankborden van oren"

Hij noemt de klassen als “de grauwe”, “de bruine”, “de bloemenklas” en “de hel”. De benamingen verwijzen naar de kenmerken van de klassen. Goede voorbeeld is de bloemenklas. De kinderen zijn stil en correct, vreedzaam, ze zitten in een licht kamer.
De hel zit in de kelder, zonder ramen. De kinderen zijn met wilde kenmerken beschreven, bijvoorbeeld als gorilla.
PrevNext